NIEUWSBRIEF WINTER 2017

EEN VRAAG AAN ALLE NIEUWSBRIEFLEZERS

Zoals jullie in de laatste nieuwsbrief hebben kunnen lezen is mijn afscheid aanstaande. In het terugblikken zit nog steeds die verwondering in hoe het allemaal zo gekomen is. Het volgende wil ik dan ook graag met jullie delen met hieraan gekoppeld een vraag aan alle nieuwsbrieflezers. Maar die vraag stel ik aan het eind van dit verhaal, dus dat komt vanzelf. De vraag die ik mijzelf stelde is: waarom gaat een boerderij jongentje uiteindelijk in tuinen, kan ik die gedachte nog terug halen? Vandaar dit verhaal, misschien is het hier wel allemaal mee begonnen…

Schuin tegenover de boerderij waar ik ben opgegroeid, in de Veenderpolder, lag een eiland waar de Familie Spijker woonde. Je moest overvaren om daar te komen. De familie Spijker bestond uit 2 broers en één zus, allemaal ongetrouwd. Eén broer, Willem, had een petroleumhandel in Hoogmade. Een broer, Jozef, onderhield het eiland en de zus, Marie, deed het huishouden. Marietje Spijker had een hobby, zij voerden de vissen; het palingvrouwtje werd zij genoemd. Als zij een worm in het water bewoog en daarbij riep: “palinkje, palinkje”, dan kwam alleen de paling de worm uit haar hand eten, echt waar. Dit was bekend geworden dus er kwamen mensen kijken naar dit wereldwonder. Wij, als buurkinderen, moesten deze mensen dan overvaren en bij Marietje aankondigen dat zij dat wereldwonder wilde aanschouwen (dit is allemaal voorspel voor het verhaal).

De familie Spijker had ook een siertuin, de eerste siertuin waar ik mij van bewust werd achteraf beschouwd. Een tuin waar geen groente in werd verbouwd en ook geen geld mee werd verdiend, maar echt een tuin om van te genieten. In die tijd en op die afgelegen plek toch wel uniek. Ik kan hem nog zo uittekenen dus is het in mijn herinnering stevig genesteld. 

De paden en de borders waren van aarde, de paden werden onkruidvrij gehouden en waren aangetrapt, daar mocht je op lopen. De borders waren rechthoekig en afgezet met het plantje ‘schildersverdriet’ (Saxifraga x geum), waarschijnlijk omdat dit plantje makkelijk te delen is en overal kan groeien. In de borders stonden dan her en der planten, solitair geplant. Die moeten gekocht zijn, iets wat in die tijd, in mijn omgeving, ook al uniek was. Vele jaren later toen ik een keer in de tuinen van Paleis het Loo liep zag ik dezelfde plantwijze. Marietje Spijker was ook gek op stamrozen, had ik ook nog nooit ergens gezien. De stamrozen werden keurig vastgezet aan panlatten die verbonden waren met palen, netjes op een rijtje, en palen en panlatten netjes wit geschilderd. 

Tientallen malen moesten wij mensen overvaren om naar de vissen te kijken en natuurlijk keken wij ook mee, het was toch wonderlijk dat zij dit voor elkaar kreeg. Maar ik moet ook tientallen malen naar die tuin gekeken hebben want anders zou dit niet zo in mijn herinnering zijn achtergebleven. Heeft dit nu betekenis gehad voor mijn latere beroepsinvulling? Ik zou dat zelf wel mooi vinden als het zo zou werken. 

Maar nu dan mijn vraag aan jullie: kunnen jullie dat ook allemaal terugroepen, zo’n eerste herinnering aan je eerste tuinbeeld of de eerste boom of plant waar je nu nog steeds iets mee hebt? Zo ja, schrijf het eens op en stuur het naar mij toe. Ik denk dat wij dit allemaal kunnen terugroepen en ik ben er wel nieuwsgierig naar wat die herinneringen dan zijn. Ik lees het graag. 

kees@uitdenboogaardhoveniers.nl

(Misschien komt jouw verhaal, zonder naam als je dat wilt, wel op onze website dus laat wel weten of je daar toestemming voor geeft) 

Kees, van Uit den Boogaard Hoveniers.